U bevindt zich hier:
Nieuws
De zeehonden lijken het prima naar hun zin te hebben in Nationaal Park Oosterschelde.
Zeldzame dwaalgast trekt vogelaars naar Noord-Beveland
Medewerkers van het Centrum voor Natuur- en Milieueducatie (CNME), SenR, te Rotterdam en de bemanning van de mosselkotter ZZ9 hebben enkele weken geleden een voor de Zeeuwse Delta zeer zeldzame zeester gevangen. Het betreft een Zonnester, een fraai fel oranjerood gekleurd dier met twaalf armen. De Zonnester is gevangen op een mosselperceel in de buurt van Wemeldinge en is hoogst waarschijnlijk als verstekeling met de import van mosselzaad elders van de Noordwest-Europese kust in de Oosterschelde terechtgekomen.
'Recreatieondernemers zijn ambassadeurs voor hun omgeving.
Je ziet het op steeds meer plaatsen in de Oosterschelde:plastic tonnen op het water, rij na rij, keurig in het gelid. Onderling verbonden door
touwen. Maar wat zijn het? Ze lijken op de tonnetjes van de mosselhangculturen die mosselkwekers onder meer gebruiken bij Bruinisse en Neeltje Jans. Alleen liggen ze niet in beschutte havens, maarin het open water. Deze installaties zijn niet bedoeld om mosselen op te kweken, maar om mosselzaad (jongemosseltjes) te vangen. Ze heten dan ook:mosselzaadinvanginstallaties,kortweg MZI.
Hoe werkt het?
In het voorjaar produceren mosselen miljoenen larven die vrij rond zweven in het water in kustgebieden en zeearmen.Na een aantal weken ontwikkelen de larfjes een schelpje en zakken ze naar de bodem. Nu heten ze mosselzaad of –broed. Ze hechten zich met behulp van de byssusdraden(ook wel baard genoemd) vast aan van alles wat ze tegenkomen. Ook aan elkaar, en zo kunnen er op de bodem mosselzaadbanken ontstaan. Wanneer de mosselen zich eenmaal hebben vastgehecht, verplaatsen zij zich niet of nauwelijks meer.